Blog 2, 6 juni 2011
‘Het leven is een flipperkast?’
Op onze vrije zondag was het zomaar slecht weer met regen en onweer! We zijn verwend. We hebben een prachtige repetitieweek achter de rug en zijn inmiddels zongebruind (en verbrand). Verder houden we ons voornamelijk bezig met poker, zip zap broodrooster, mexen, cubben, Chinees worstelen en blufpoker. Daarnaast wordt al een paar dagen alles bezongen wat er gezegd en gedacht wordt en met een flipperkast in het decor komen we de dagen wel door. Oerol is nog lang niet begonnen, maar we zijn al in een feest stemming!
Natuurlijk moet er ook een voorstelling gemaakt worden en dat staat op de eerste plaats. De meeste teksten zitten er nu wel aardig in en afgelopen week zijn veel scènes uitgeprobeerd op onze mooie locatie. We hebben een bos tot onze beschikking, dus daar zullen we dankbaar gebruik van maken. Tussen de heuvels kun je de acteurs van verre zien aankomen en tussen de bomen kun je een spannende scène maken. Zo hebben we een spectaculaire opkomst met een bolderkar bedacht, hoewel hierdoor bijna het decor in puin lag…arme Lard… Wanda loopt met een forse tred over de toppen van de heuvel en Maurits en Koen rollen geregeld door het mos en de takken. Stiekem zijn ze allemaal bang voor teken (score eerste week: zes verwijderde teken verdeeld over drie personen) dus er wordt flink gesprayd voor we het bos in gaan, maar daarna is het vooral genieten van de fijne natuur.
De overgangen tussen de losse scènes is een leuke puzzel. Er zitten verschillende tijdsprongen in het verhaal; sommige scènes spelen in het verleden, anderen in het nu, en er worden zelfs sprongen in de toekomst gemaakt. Om het dan nog ingewikkelder te maken zijn er ook ‘droomscènes’ en is er een dunne scheiding tussen wat waar en niet waar is. Hoe maak je duidelijk wat wanneer is en hoe duidelijk moet het eigenlijk zijn?
Daarnaast maakte Jan weer prachtige liedjes en ook die moeten een mooie plek krijgen. Én natuurlijk Jan zelf, of zoals we hem nu noemen: Ronald Maneschijn (geïnspireerd op zijn piano, een Roland). Wie is hij en wanneer duikt hij op?
Driekwart van de scènes hebben nu een voorzichtige vorm gekregen en vandaag werd onder het toeziend oog van Erik, de regisseur die er vanaf nu bij is, een doorloop gehouden (met een perfect getimed luchtalarm er tussendoor). Vijftig minuten hard werken (‘wat moet ik zeggen’, ‘oh, nu moest ik eigenlijk daar staan’, ‘oei, dit loopt nog wat stroef’) en dan zit die eerste, altijd moeilijke en spannende doorloop erop met als resultaat fijne woorden van de regisseur waaruit blijkt dat we op de goede weg zijn, maar dat er nog veel verbeterd kan worden.
Vanaf nu zal er minder tijd zijn voor al die verslavende spelletjes en hebben we nog twee weken om te zorgen dat ‘Het jaar van de schlager’ een spannende, grappige, mooie en intrigerende voorstelling wordt.
